Klaverjas
Officiële klaverjas spelregels NKU (toegepast op toernooien)

Klaverjas wordt doorgaans gespeeld door 4 personen, de spelers die tegenover elkaar plaats nemen (partners) spelen samen. Men speelt met 32 kaarten (aas t/m 7). Doel van het spel is meer punten te verzamelen dan de andere partij, dit met een minimum van 82 punten. Men is verplicht een voorgespeelde kleur bij te lopen, kan men dit niet dan is men afhankelijk of men Amsterdams- of Rotterdams systeem speelt wel of niet verplicht in te troeven, lukt ook dit niet dan kan een willekeurige kaart worden bijgelopen. De verschillende facetten van het spel worden afzonderlijk behandeld.

Punten per spel

3x 30 punten (geen troefkleur) -  totaal 90 punten
1 x 62 punten (troefkleur) -  totaal 62 punten
Laatste slag -  totaal 10 punten
Totaal per spel - 162 punten (zonder roem)

Delen/passen/aannemen/maken van troef

Eerst worden de kaarten geschud, vervolgens wordt er afgenomen. Delen geschiedt in de volgorde 3-2-3. Volgens de offici?«le regels laten alle spelers hun kaarten gedekt op tafel liggen. De deler neemt zijn kaarten als eerste op en kijkt of hij aanneemt of past. Heeft hij een kaart waarbij hij denkt aan het vereiste aantal punten te komen dan neemt hij aan. Verwacht hij niet voldoende punten te krijgen dan past hij. Neemt hij aan dan meldt hij welke kleur troef wordt en neemt ieder zijn kaarten op. Past hij dan legt hij zijn kaarten weer op tafel en bekijkt de volgende speler zijn kaarten, etc. Past iedereen dan is de eerste speler (gever) alsnog verplicht te spelen. Degene die aan de beurt is mag zelf bepalen welke kleur troef hij kiest. Degene die links van de gever zit komt altijd uit!

ROEM:

Drie opeenvolgende kaarten van een kleur geeft 20 roem
Vier opeenvolgende kaarten van een kleur geeft 50 roem
Heer + vrouw van de troefkleur (stuk) geeft  20 roem
Boer, vrouw, heer van de troefkleur geeft 40 roem
Tien, boer, vrouw, heer van de troefkleur geeft 70 roem
Boer, vrouw, heer, aas van de troefkleur geeft 70 roem
Vier gelijke kaarten (aas t/m 7) geeft  100 roem
Note: Elke vier gelijke kaarten is 100 roem (Dit in tegenstelling van sommige verenigingsregels die spreken van 4 boeren is 200 roem. Ook hanteren sommige verenigingen pas 100 roem vanaf de Tien).

Pit, Pan of Mars

Indien men het heeft aangenomen en niet alleen alle punten maar ook alle slagen haalt dan spreekt men van een PIT (ook wel pan of mars genoemd). De partij die een pit haalt ontvangt hiervoor een extra bonus: 100 punten. Deze punten dienen bij de roem te worden geschreven.

Note:A Indien de niet-aannemende (tegen) partij alle slagen haalt is dit GEEN pit, maar is de aannemende (spelende) partij gewoon NAT (162 + roem gemaakt op tafel).

Seinen

Seinen is aan je partner laten merken dat je g?©?©n of meerdere slagen kunt halen. Over het algemeen is het niet aan te bevelen een slag te seinen! Speelt men regelmatig met een andere partner dan worden de eenvoudige manieren van seinen gebruikt. Seinen doet men in het algemeen op de slagen die aan de partner liggen.

1. De eenvoudigste manier om je maat te laten weten van welke kleur je de aas hebt, is een kleintje van deze kleur te laten zien op een slag van je maat.
2. Opseinen, hetzelfde als 1, je seint nu echter 2 kaarten van dezelfde kleur, bv. de 7 daarna de vrouw. (U kunt minimaal 2 slagen halen, u heeft in ieder geval de hoogste kaart van de geseinde kleur)
3. Afseinen, hier doet u het tegenovergestelde. U seint eerst van een kleur een hogere kaart gevolgt door een lagere, dan zegt u: partner op mij hoef je niet te rekenen, ik heb niets. (b.v. een boer gevolgd door een 7) of u gooit een 10 (armoe) naar huis als u geen troef hebt, uw maat speelt en u verder geen slagen kan halen. Zie ook punt 5.
4. Derde kleur seinen, dit is een manier van seinen die iets meer denkwerk vraagt. Als de troef b.v. klaveren is, en u bent in het bezit van schoppen aas dan gooit u eerst een kleine harten kaart en dan een hogere ruiten of andersom. Dit zelfde geldt ook voor het aanseinen van b.v. harten aas. U gooit dan een lage schoppen en dan een hogere ruiten kaart.
5. Afseinen, ook wel ARMOE-SEINEN genoemd: U gooit eerst een hoge kaart b.v. (kale) ruiten 10 en dan van een andere kleur een lagere kaart.
6. Lange kleur seinen, Als u veel kaarten heeft van 1 kleur en u wilt die seinen, dan gooit u van deze kleur eerst de laagste die u van die kleur heeft en daarna een iets hogere van dezelfde kleur. (helaas komt het vaak voor dat als u een lange kleur seint uw partner deze kleur niet heeft)
7. Troef vragen: U heeft zelf aangenomen maar beschikt niet over voldoende troef om deze er uit te spelen, u heeft bv. troef boer/koning of boer/acht/zeven (ook wel kleintje boer genoemd). Zou uw partner als hij aan de beurt komt troef spelen dan heeft u kans dat troef negen er uitvalt. Dit laat u aan uw partner weten door gelijk een lage kaart van een (niet- troef) kleur uit te komen . Komt uw partner nu aan slag dan zal hij, als hij troef heeft, direct troef voorzetten (indien mogelijk aas of 10).
8. Seinen met een vaste partner: Indien men b.v. op toernooien met een vaste partner speelt kan men zelf afspraken maken over de manier van seinen. De mogelijkheden zijn legio.

Verzaken

Indien men een verkeerde kleur bijloopt of niet overtroeft (indien mogelijk) verzaakt men. Dit dient door de tegenpartij gemeld te worden onder bekendmaking. Op het moment van constatering van verzaken dient het spel onmiddellijk te worden be?«indigd.(dus niet doorspelen om nog extra roem te maken!!) Bij verzaken ontvangt de niet verzakende partij 262 punten + eventueel door beide partijen gemaakte roem. Indien u of uw partner verzaakt mag u dit niet zelf melden! (gewoon doorspelen). Indien ten onrechte melding wordt gemaakt van verzaken, wordt de meldende partij gestraft als zouden ze zelf verzaakt hebben! Ook mag u nooit ondertroeven om bijv. stuk te vangen, als u nog andere kaarten hebt van een andere kleur en er wordt geen troef gevraagd. In dat geval mag u wel troef bijlopen maar alleen als u kunt overtroeven, u neemt dan immers de slag over van uw maat.

Kaart te kort

Tijdens het geven (delen) is de gever verantwoordelijk voor het tellen van de kaarten. Bij een 7-9 situatie is de gever verantwoordelijk en wordt deze gestraft wegens verzaken. Komt een speler tijdens het spel een kaart te kort, wordt deze (diegene die de kaart te kort komt en dit niet tijdig gemeldt heeft) gestraft wegens verzaken.

Rotterdams-systeem / Amsterdams-systeem

Bij het Rotterdams-systeem is men verplicht indien men een gespeelde kleur niet heeft in te troeven. Wordt er troef gevraagd dan is men verplicht (indien mogelijk) te overtroeven.
Bij het Amsterdams-systeem is men niet verplicht, indien men een gespeelde kleur niet heeft, in te troeven als de slag aan de partner ligt. Wordt er troef gevraagt dan is men verplicht (indien mogelijk) te overtroeven.
Note: Bij beide varianten mag troef gemaakt worden van een kleur / soort die men niet heeft. U heeft bijv. Klaver Aas Tien Heer, Ruiten Aas Tien, Harten Aas Heer Vrouw, maar geen schoppen. U mag dan schoppen troef maken en volledig op uw bijkaart gaan. U kunt in dat geval met de Harten Heer uitkomen en afwachten wat het spel brengt. Als u maat aan slag komt kan hij mogelijk de schoppen Boer brengen, zodat de troef er grotendeels uitgaat en u een vrije kaart krijgt met uw azen.

Klaverjastermen

Afnemen: na het schudden van de kaarten worden door de andere partij de kaarten afgenomen (minstens 3) deze worden onder op de stapel gelegd. Na afnemen dient de gever te delen, er mag niet meer geschud worden.
Delen: na het schudden en afnemen van de kaarten worden deze verdeeld.
Geven: de kaarten worden gegeven in de volgorde 3-2-3
Passen: beschikt men niet over een "goede" kaart, dan laat men zijn beurt voorbij gaan.
Aannemen: doet men bij een goede speelkaart
Zwaar passen: ook wel leunen, soppen genoemd: men heeft wel een goede kaart maar past toch.
Licht gaan of licht aannemen: aannemen op een minder goede kaart.
Pit: het halen van alle slagen, dus ook van mogelijke slagen zonder punten!, hiervoor krijgt men 100 punten extra. Alleen te halen indien men het aanneemt.
Nat/beet: het niet halen van het vereiste aantal punten (alleen indien men het aanneemt).
Verzaken: het bijspelen van een verkeerde kleur of troef. De niet spelende partij ontvangt 262 punten + de eventueel door beide partijen gemaakte roem.
Roem: een bonus die men krijgt als in een slag een bepaalde combinatie van kaarten op tafel ligt.
Seinen: het kenbaar maken van je kaarten aan je partner
Afseinen: kenbaar maken dat je een bepaalde kleur / kaart niet hebt

Auteur: L. Hutmacher - (c) 2015
Hutmacher.nl